Rekenen en spelling oefenen met de werkboeken van Brainz@work

rekenen en spelling werkboeken voor kinderen in groep 3, groep 4 en groep 5 om thuis te oefenen.

Wat moet je kind weten: spelling groep 3

 

In groep 3 komen nieuwe klanken aan bod, zoals ng, nk en aai, ooi, oei. Verder leren de kinderen steeds langere woorden te schrijven, zoals samenstellingen. De spellingscategorieen die de kinderen aan het einde van groep 3 behoren te kennen komen niet overeen met de categorieen die de kinderen moeten kunnen lezen. (zoals bijvoorbeeld het woord 'gevaarlijk' of woorden met een d of t op het eind zoals 'hond' of 'paard'). Het lezen komt op een hoger niveau, dan de woorden die de kinderen moeten kunnen schrijven.


Kerndoel spelling voor de gehele basisschool-tijd: 

De leerlingen leren een aantal taalkundige principes en regels. Zij kunnen in een zin het onderwerp, het werkwoordelijk gezegde en delen van dat gezegde onderscheiden. De leerlingen kennen:regels voor het spellen van werkwoorden;regels voor het spellen van andere woorden dan werkwoorden;regels voor het gebruik van leestekens. (bron: Tule.slo.nl)

 

Vastgesteld tussendoel groep 3/4

  • spellen van klankzuivere woorden op basis van de elementaire spelhandeling
  • spelling van woorden met specifieke spellingpatronen, zoals woorden eindigend op -nk, -uw, -eeuw, -ieuw, -aai, -ooi, -oei
  • spelling van clusters van medeklinkers (bijv. schr-, -rnst, -cht)
  • spelling van woorden met homofonen (ei-ij, au-ou, c-k, g-ch)
  • spelling van woorden met de stomme e
  • spelling van woorden met open en gesloten lettergrepen
  • eenvoudige interpunctie: gebruik hoofdletters, punt, vraagteken en uitroepteken
  • onderkennen en corrigeren van spelling- en interpunctiefouten

(Bron: Tule.slo.nl)


Onderwerpen voor groep 3 volgens Brainz@work

Letters

  • i, m, r
  • v, s, p
  • t, n, b
  • oo, aa, d
  • oe, ee, k
  • ij, z, h
  • w, e, o
  • a, u
  • j, l, eu
  • ie, ou, uu
  • g, ui, au
  • f, ei
  • sch

 

Woorden

  • woorden met b-d-p
  • langere en korte klank (zoals aa, oo, ee, uu en korte klank zoals: a, o, e, u, i)
  • ei/ie 
  • ng/nk
  • mmkm-woorden (medeklinker, medeklinker, klinker, medeklinker) 
  • mkmm-woorden (Voorbeelden zijn: 'melk', 'dwerg')
  • mmkmm-woorden (Voorbeelden zijn: plant, klomp)
  • mmkmm met tussenklank (zoals hierboven met een tussenklank die we wel horen maar niet schrijven. Voorbeelden zijn: dwerg ('dwerug', 'storem') 
  • mmmkm-woorden/mkmmm- woorden (zoals 'straat', 'spruit'/ 'markt', 'korst')
  • aai- ooi- oei
  • samenstelling mkm en mkm (een samenstelling is een woord, dat bestaat uit twee bestaande woorden, zoals 'voetbal' en 'deurbel")
  • samenstellingen mmkm en mkmm (deze samenstelling bestaat uit twee langere bestaande woorden, zoals 'koelkast' en 'surfplank')